Thema: Vrijheid

Vrijheid in de Bijbel: Daniël

Als Daniël voor God knielt in plaats van voor de koning, wacht hem een straf. Wat gebeurt er als Daniëls vrijheid om zijn God te dienen afgepakt wordt?

Daniël

Daniël is in dienst van de koning. Koning Darius is zo blij met Daniël, dat hij hem een hoge bestuursfunctie heeft gegeven. Als iemand ook maar iets gedaan wil krijgen, moet hij eerst naar Daniël. Dit tot groot ongenoegen van andere bestuurders. ‘Wie is die Daniël nou eigenlijk?’ zeggen ze tegen elkaar. ‘Hij komt nog maar net kijken en eigenlijk is hij is eigenlijk niet eens één van ons!’ De bestuurders bedenken een plan.
‘Koning Darius!’ De bestuurders buigen diep. ‘U bent toch een geweldige koning! Er is geen koning zoals u. Nu niet, maar ook nooit geweest!’ De koning knikt. Die woorden bevallen hem wel. De bestuurders buigen nog dieper. ‘Weet u wat we moeten doen?’ zeggen ze. ‘We moeten een nieuwe wet maken. In die wet staat dat iedereen een hele maand lang alleen voor u mag buigen en aan u iets mag vragen. Houd iemand zich daar niet aan, dan krijgt hij een flinke straf. Dan, dan… dan is hij voer voor de leeuwen! Zo weet iedereen hoe belangrijk u bent.’ Koning Darius vindt het een uitstekend plan. De nieuwe wet wordt gemaakt en de koning drukt er zijn stempel onder. Nu is het een wet van Meden en Perzen. Een wet die niet meer veranderd mag worden. De boodschappers gaan met de wet het land in. Ze vertellen iedereen wat er in de nieuwe wet staat. Ook Daniël hoort het. Hij gaat naar huis en doet de deur dicht.
Maar hij zet zijn raam open. Hij knielt bij het raam. Niet voor zijn koning, maar voor zijn God. Hij bidt. Hij vraagt God om hem te helpen, hij vraagt het niet aan koning Darius.
Hier hebben de bestuurders op gewacht. Ze vallen het huis van Daniël binnen en nemen hem mee naar de koning. Daar vertellen ze koning Darius wat er is gebeurd. De koning schrikt. Hij wil Daniël helemaal niet aan de leeuwen voeren. Maar het moet. Het staat in de wet waar hij zelf zijn stempel onder heeft gezet. Het is een wet van Meden en Perzen.
De koning knikt en Daniël gaat naar de leeuwenkuil. De kuil wordt afgesloten met een grote steen. Zelfs dan hoor je de hongerige leeuwen brullen.
Die avond kan de koning niet eten. Die nacht kan de koning niet slapen. Hij denkt alleen maar aan Daniël, daar in de kuil.
De volgende ochtend rent de koning naar de kuil. ‘Daniël,’ roept hij. ‘Ben je er nog?’ Het is stil. Heel even maar. Dan klinkt de stem van Daniël. ‘Ik ben er, koning.’ De koning is blij. Daniël vertrouwde op zijn God. En daar kan geen leeuw tegenop!
(Daniël 6: 1-24)

Om over na te praten:

Wat heeft dit verhaal met vrijheid te maken?
Welke woorden uit de tekst vinden jullie bij vrijheid passen?
Wat vind jij: Mag iedereen alles zeggen? Wanneer wel en wanneer misschien niet?

 

Gerelateerde artikelen